

Via een reeks artikelen blikken we terug op onze kennissessies tijdens WOCODA ’26 met als centraal thema ‘Buurtgeluk in 2040’. In dit artikel is het woord aan Floris Alkemade.
De toekomst van de volkshuisvesting ligt niet buiten de stad, maar erin. Dat zegt voormalig Rijksbouwmeester Floris Alkemade. Wie vooruit wil kijken, moet daarom niet blijven bouwen volgens oude patronen, maar werken aan wat er al is: bestaande buurten, structuren en gemeenschappen.
Volgens Alkemade hebben we onze steden gebouwd voor een andere tijd en samenleving. Veertig procent van de huishoudens bestaat inmiddels uit één persoon, vergrijzing neemt toe, en zorg en betaalbaarheid staan onder druk. De traditionele woningbouw is waardevol, maar niet meer toereikend. Daarbij benoemt Alkemade expliciet de ongelijkheid die is ontstaan: de woningmarkt zet complete (jonge) generaties buitenspel en grijpt diep in op levenskeuzes, wat de woonopgave ook tot een morele verantwoordelijkheid maakt.
Betere doorstroming
Het toevoegen van woningen in de bestaande stad is volgens Alkemade niet alleen een technische rekensom, maar vooral een ontwerp- en cultuurvraag. Daarom pleit hij voor een fundamentele koerswijziging: bouw een stad waar al een stad staat. “Als je in bestaande wijken gemiddeld 12,5 procent woningen toevoegt, bijvoorbeeld via woningsplitsing, optoppen of herbestemmen, dan heb je een miljoen extra woningen, zonder nieuwe grond in te nemen.”
Eén operatie
Alkemade waarschuwt tegelijk voor versnippering. In veel wijken komen energietransitie, vergrijzing, zorg en woningtekort samen, maar worden ze afzonderlijk aangepakt. “Je gaat die wijk toch in,” stelt hij. “Maak er dan één operatie van.” Openbare ruimte is volgens de voormalig Rijksbouwmeester de sleutel tot gemeenschappen: als plek voor ontmoeting, gezondheid en verbondenheid. Slagen marktpartijen erin om energetische verbeteringen te verbinden met sociale effecten? Dan is de winst groot. “Bouw niet alleen woningen,” benadrukt Alkemade, “maar bouw gemeenschappen.”
Met goud herstellen
Aan het einde van zijn lezing gebruikt Alkemade de metafoor van Japanse keramiek. Gebroken aardewerk wordt niet weggegooid, maar hersteld met goud; de breuk blijft zichtbaar en wordt onderdeel van de identiteit. Zo kijkt hij ook naar de woningbouw. De traditionele manier van bouwen is de keramiek, de sociaal-energetische transitie het goud. De keuzes van nu bepalen hoe toekomstige generaties op deze periode terugkijken. “De crisis bepaalt niet wie je bent,” besluit hij. “Maar je reactie erop wél.”

